Alle NVVK-leden gaan hun input voor ons jaarverslag voortaan leveren via het project Data delen armoede & schulden. NVVK-lid Haarlem is al begonnen, en ziet de waarde ervan. ‘DDAS gaat ons helpen om er te zijn voor álle mensen die hulp willen.’
Tijdwinst, daar zit al een eerste voordeel, zegt projectleider Dorothea van der Veen van de gemeente Haarlem. ‘Mijn collega trok er altijd een dág voor uit om cijfers aan te leveren voor het NVVK-jaarverslag. Of ze die dag van begin tot eind nodig had weet ik niet. Maar ze was echt aan het puzzelen en alles bij elkaar aan het zoeken. Een arbeidsintensieve klus.’
Haarlem levert inmiddels automatisch data via DDAS, en komt daarbij nog wel wat hindernissen tegen. Dorothea van der Veen: ‘We hebben nog wel wat huiswerk, onze data mogen nog wel beter.’
De meerwaarde van DDAS
Wat verwacht Van der Veen van DDAS als het eenmaal soepel loopt? ‘Dat gemeenten beter van elkaar kunnen zien hoe de processen overal werken. Uiteindelijk hebben we als gemeenten allemaal de taak om mensen met geldproblemen te helpen. En dat willen we allemaal zo goed mogelijk doen.’
Zien wie we nog niet bereiken
‘Door DDAS zien we straks welke mensen met schulden we nog niet bereiken. En we leren hopelijk wat we beter kunnen doen. Dat vind ik de meerwaarde van DDAS: dat we er kunnen zijn voor alle mensen die hulp willen. En daarnaast: een beter landelijk beeld met echt vergelijkbare cijfers.’
Het is het tweede jaar waarin organisaties data kunnen aanleveren via DDAS. Naar aanleiding van de publicatie van het NVVK-jaarverslag gaan Dorothea van der Veen (projectleider gemeente Haarlem) en Saskia Schrijver (projectcoördinator DDAS) met elkaar in gesprek over de stand van zaken en potentie van DDAS.
Schouders eronder
‘We dachten: DDAS is een landelijk model, daar zetten we onze schouders onder.’ Dat is volgens Dorothea van der Veen de reden dat de gemeente Haarlem direct meedeed aan DDAS. ‘Ook het feit dat DDAS onderdeel is van de basisdienstverlening gaf intern urgentie. Door het datamodel weet je precies welke data je nodig hebt. En uiteindelijk kan je die automatisch aanleveren!’
‘Door DDAS zien we straks welke mensen met schulden we nog niet bereiken. En we leren hopelijk wat we beter kunnen doen.’
Bijna alles in eigen huis
Haarlem heeft bijna alle financiële dienstverlening in eigen beheer. Van der Veen: ‘Ook budgetbeheer en de voorbereiding van saneringskredieten doen we in eigen huis. Alleen voor de verstrekking van saneringskredieten en voor de hulpverlening aan ondernemers zetten we Kredietbank Nederland in. Ondernemers hebben soms wat meer hulp nodig dan we vanuit Haarlem kunnen bieden.’
Hoe werkt het als twee organisaties zich met één hulpvrager bezighouden? Wordt zo’n aanmelding in DDAS dan niet dubbel geteld? Nee, zegt Saskia Schrijver. ‘Doordat je gegevens aanlevert op basis van burgerservicenummers krijg je de hele klantreis in beeld. Het CBS kan de data daardoor ook verrijken met achtergrondkenmerken die we niet meer aan leden hoeven uit te vragen.’
Behalve schuldhulpverleningscijfers gaan trouwens ook vroegsignaleringsdata via DDAS verwerkt worden. ‘Dat levert een nog completer beeld op’, zegt Van der Veen.
Na de koppeling anonimiseert CBS de gegevens uiteraard weer. De cijfers die door het CBS naar buiten gebracht worden zijn nooit naar personen te herleiden.
Werken volgens het NVVK-model is een goed begin
Haarlem heeft een goede uitgangspositie om op DDAS aan te sluiten, vindt projectcoördinator DDAS Saskia Schrijver. ‘Het werkproces van de gemeente is al ingericht volgens het NVVK-model.’
Van der Veen beaamt dat, maar voegt er wel aan toe dat Allegro, het ICT-systeem dat Haarlem gebruikt, nog niet naadloos aansluit op DDAS. ‘Melden hoeveel mensen we in de stabilisatiefase toelieten was moeilijk, want er zit geen standaard stabilisatieproduct in Allegro dat we aan konden vinken. Wij hebben daar nu zelf iets voor gebouwd. Ik ben benieuwd hoe andere gemeenten dat doen.’
Privacy regelen
Wanneer gemeenten grootschalig data met een hoog privacyrisico verwerken of monitoren, moeten ze eerst een ‘Data Protection Impact Assessment’ doorlopen. Dat instrument brengt risico’s in kaart en bepaalt maatregelen om de privacy van burgers te beschermen.
‘Het regelen en borgen van de privacy was bij DDAS redelijk eenvoudig’, zegt Van der Veen. ‘Op de website van DDAS staat een concept-DPIA. Daar kunnen we goed mee uit de voeten. Hadden we dat helemaal zelf moeten opzetten, dan was dat veel werk geweest.’
‘Het CBS kan de data verrijken met achtergrondkenmerken. Die hoeven we dan niet meer bij onze leden op te vragen.’
Extra softwaremodule aangeschaft
De volgende stap was de aanschaf van de DDAS-module van Allegro. ‘Dat was even schakelen met onze eigen business. Vindt men het belangrijk genoeg om tot de aanschaf over te gaan? De functioneel beheerders richtten vervolgens de module in. Ze zorgden dat onze datavelden matchten met het informatiemodel van DDAS. Daarna hebben we samen al die velden doorgenomen om te kijken of ze zo staan als wij verwachten.’
Eerste aanlevering
Voor de eerste aanlevering in 2025 maakte de gemeente dankbaar gebruik van de handleiding. ‘Als iets nog niet goed werkte, moesten we weer even terug naar onze functioneel beheerders’, zegt Van der Veen. ‘Die dan bijvoorbeeld zeiden dat er een machtiging ontbrak. Uiteindelijk lukte het aardig. Van het CBS had ik de codes gekregen om mee te kunnen aanleveren. En informatie hoe je het bestand moest noemen om het überhaupt te kunnen opslaan. Dan had je meteen je uploadbestand.’
Dat bestand kon de gemeente niet nog even op inhoud bekijken. ‘We zijn dat ‘op goed geluk’ gaan uploaden naar CBS. Na enkele dagen kregen we een ‘op orde’-rapport. We zagen wel dat de inhoud nog niet helemaal klopte. Maar omdat het een pilotjaar was hebben we er geen actie op ondernomen.
Huiswerk: eigen data verbeteren
Wat wel opgepakt werd: de soort data die Haarlem aanleverde. De gemeente stelde nauwkeuriger vast welke datavelden ze via DDAS wilden koppelen met het CBS.
Van der Veen: ‘We kozen voor ‘hoofdvelden’, zodat je een goede telling op hoofdlijnen krijgt. Zonder details erbij, of sub-processen zoals budgetbeheer. De kern is: hoeveel mensen komen er binnen? Hoeveel mensen krijgen er een intake? En hoeveel gaan er uiteindelijk naar een schuldregeling? En daar dan ook de doorlooptijden van. Dat is voor ons nuttige stuurinformatie. Die informatie wilden we ook graag correct naar het CBS sturen.’
Met Haarlemse data het proces verbeteren
Bij de tweede aanlevering begin 2026 doken er opnieuw fouten op na de aanlevering. Vervelend, maar het CBS maakte er wel goed gebruik van. Dorothea: ‘Het CBS vroeg of ze ons ‘op orde’-rapport mochten gebruiken om met softwareleverancier Allegro te overleggen. Dus het was nuttig dat we toch hebben aangeleverd. Je moet ergens beginnen met het uitzoeken van wat er niet goed gaat.’
Saskia Schrijver: ‘Het CBS heeft meerdere gemeentelijke bestanden bekeken, waaronder het bestand van Haarlem. Daar kwamen verbeteringen voor DDAS uit. Haarlem gaat nu de software-update uitvoeren die Allegro daarna maakte. Als Haarlem opnieuw gaat aanleveren, zal blijken dat de gemeente daarvan profiteert. In de DDAS-app waar gemeenten gebruik van kunnen maken, is een optie toegevoegd. Daarmee kan Haarlem voorafgaand aan de verzending de totalen nog even te controleren. Dat is handig.
Het CBS verbetert bovendien de toelichting bij het ‘op orde’-rapport. Het wordt duidelijker welke aantallen voor welke periode worden aangeleverd. ‘Een goede ontwikkeling’, zegt Dorothea van der Veen. ‘We zitten in een proces, we zoeken samen uit waar de mismatch in zit en hoe we het proces kunnen verbeteren.’
Publiceren: pas na toestemming
Van der Veen sluit af met een boodschap aan collega’s: ‘Het CBS liet onlangs in de DDAS-nieuwsbrief weten dat data door het CBS pas gepubliceerd worden na toestemming van de gemeente. Daardoor kan ik erop vertrouwen dat onze getallen geen eigen leven gaan leiden. We zitten met elkaar nog in een fase van ‘uitvinden hoe het werkt’, en hoe we de goede data uit DDAS krijgen. Dat lukt niet meteen, en daar houdt het CBS ook rekening mee. Zij gaan er pas mee verder op het moment dat wij er echt aan toe zijn.’